zaterdag 14 juni 2014

Epiloog


Epiloog

Ik kijk het schoolplein rond, ben nog altijd niet gewend aan de ovalen vorm, aan het lage hek en aan de nieuwe ouders die voor en achter me staan. Amber zwaait naar een vriendinnetje en rent weg. Ik zie haar haar en bedenk me dat de staart die ik erin heb proberen te maken, scheef zit. Het maakt niet uit.
'Zo, dat schiet op!' Een van de moeders lacht vriendelijk naar me en steekt haar hand uit. 'Ik ben Sandra, de moeder van Juuls en Benno. Ik geloof dat Benno bij Amber in de klas zit?'
Ik schud haar hand en leg mijn hand dan terug op mijn buik. De baby is rustig, geen geschop of gedraai. 'Feline Meerman, aangenaam.'
'Goh. Dat accent. Je komt hier niet uit de buurt?'
Ik schud mijn hoofd. Nee, we komen van ver. Van heel ver. Ik geef beleefd antwoord op haar vragen terwijl ik naar Amber kijk, op dit nieuwe schoolplein. De grote deur gaat open en even denk ik dat ik hem zie. Ik wend mijn blik naar de grond.
Acht maanden geleden stierf Andreas. Ron heeft hem nog proberen te reanimeren. Ik wist dat zinloos was, had het in zijn ogen gelezen toen hij naar me opkeek. De berusting. De liefde.
Alice was op slag dood. Of, Alice... Alinda Vennegoor. Zo heette ze in het echt. Haar vader had een poppentheater, ze groeide op in dezelfde straat als waar de school stond. Dus vanzelfsprekend ging ze daar naartoe. In de volgeschreven schriften die de jongens van de technische recherche later vonden, stonden de kwelling die ze heeft moeten doormaken, in detail beschreven.
Bespuugd. Geslagen. Uitgescholden. Buitengesloten...
Alinda's schooltijd bleek een ware hel. Haar dagboeken schreef ze aan ene Iris. Eerst dachten ze dat ze een mededader had, later vonden we de foto's. Foto's van haar slachtoffers, allen met de pop die bij hun lichaam gevonden werd en met nog een pop. Iris. Wie er eerder mee was, de pers of de recherche, ik weet het niet. Maar al snel overspoelden de officiële en officieuze kanalen zich met teksten uit Alice' dagboeken. Al haar slachtoffers waren haar voormalige plaaggeesten. Nee, niet allemaal. Andreas...
Over hem had ze ook geschreven in haar dagboek. De laatste notitie slechts een uurtje voor zijn dood.
Hij is mijn verlossing. Hij is goed. Al het goeds. Want als hij slecht is, ben ik het ook.
Niemand snapte de tekst. Niemand, behalve ik.
Ik wrijf over mijn buik. Mijn zoon is wakker, zo te voelen. Hij zet zijn knieën tegen mijn ribbenkast en wiebelt met zijn ongeboren lijfje.
Ron probeerde me over te halen te blijven. Ook pa en zelfs Irene wilden dat ik bleef. Maar ik kon niet. Ik kan niet meer terug naar die plek, naar die school. Naar dat alles. Pastoor Walter heeft me gebeld, in de weken na Andreas' dood. Ik heb niet opgenomen. De man zat zo vol haat, zo vol onbegrip. Ik wilde niet horen wat hij te zeggen had. Nu nog steeds niet.
Want hoe gek Alice ook was, een ding hadden we gemeen.
Andreas.
Hij was mijn verlossing.


EINDE

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen